Altai Mongol Konch
Nokhoi![]() Алтай Монгол Конх Нохой |
|
|
|
|
|
Het
verhaal van Altai Een Tibetaanse Mastiff
uit Noordwest
Mongolië September
2002
waren we als tochtleiders een maand op pad in de Altai Nuruu (Gouden Bergen) in
het noord westen van Mongolië. We
leidden daar een
Vreemde Voettocht
van de Koninklijke Nederlandse Klim- en
Bergsport Vereniging. Zijn enige voedsel vond hij door op sprinkhanen te jagen, hij poepte hierdoor zelfs groen. Na het enthousiaste hondje drie dagen bij ons te hebben gehad konden we hem niet nóg een keer achterlaten. We besloten te proberen hem mee naar Nederland te nemen. Z'n nieuwe naam Altai was toen snel gevonden. Altai zou als ondervoedde pup de ijzige Mongoolse winter van -30°C in zijn erbarmelijke conditie zeker niet hebben overleeft. s’ Nachts vroor het al en stevig er zouden spoedig geen sprinkhanen, en dus geen eten, meer zijn. In
Mongolië leeft het grootste deel van de bevolking nog nomadisch. Kleine
familiegroepen trekken met 2 tot 4 gers (de eeuwen oude Mongoolse vilten nomaden
tenten) rond met hun vee. Het vee van de nomaden bestaat uit yaks, schapen,
geiten, paarden, en kamelen. Hun honden beschermen de kuddes tegen wolven,
beren, en Russische veedieven. Het zijn dus nog echte oersterke werkhonden.
De vlekjes boven de ogen zijn kenmerkend voor de "Mongoolse vieroog",
zelfs als ze slapen lijkt het daardoor of ze liggen te waken. In het Mongools
wordt het ras 'Banchar' of ook wel Mongol Khon’ch Nokhoi genoemd ,het is daar
dé waakhond van de Nomaden.
Altai’s
reis naar Nederland begon met een 12 uur durende rit over slechte wegen in een
Russische jeep over hoge bergpassen, langs zoutmeren, en over uitgestrekte
verlaten vlaktes. De hele reis lag Altai lekker op schoot te slapen bij Jeanette
en Baira. Dit was onze eerste kennismaking met het onverstoorbare karakter van
de Tibetaanse Mastiff. |
|
|
|
|
|
De lange vluchten van Ulan Baatar naar Beijing, Moskou, en uiteindelijk
Amsterdam liet Altai gelaten over zich heenkomen. Omdat we op de zwarte markt in
Ulan Baatar niets beters konden vinden dan een veel te kleine roze caviakooi,
heeft hij daar onderweg zo’n 24 uur in moeten doorbrengen.
Eenmaal
aangekomen in Nederland kregen we bij het eerste dierenartsbezoek te horen dat
we een Tibetaanse Mastiff in huis gehaald hadden. Na een korte zoektocht op
internet vonden we de TMC site, en tot onze verbazing zagen we bij de pup foto’s
honden die sprekend op ons eigen hondje leken. Een eerste telefoongesprek met
Sanne overtuigde ons dat Altai waarschijnlijk een echte Tibetaanse Mastiff is. In
de tijd van Dzjingis Khan en zijn nazaten veroverden de Mongoolse hordes grote
delen van Azië en Europa. Het Mongoolse rijk strekte zich uit van oost Siberië
tot Polen en delen van Oostenrijk. Ook China en Tibet waren deel van het
Mongoolse imperium. Op Java zaten Mongoolse troepen, en de invasies van Japan en
Egypte zijn door simpele pech net niet doorgegaan. Later,
in de pre-communistische tijd onderhield Mongolië nog steeds nauwe banden
met het Boedistische Tibet. Veel monniken volgden een deel van hun
opleiding in de kloosters in Tibet. Recent is Mongolië zelfs door de Dalai Lama
uitgeroepen tot het tweede Boedistisch Moederland. Dat de Tibetaanse Mastiff bij
de nomaden in Mongolië tegenwoordig nog volop voorkomt is dus niet zo vreemd. Inmiddels
is Altai uitgegroeid tot een stevige hond van zo'n 30 kg met een
schouderhoogte van ruim 60 cm. Dat is wat aan de kleine kant voor een Tibetaanse
Mastiff reu, maar dat is waarschijnlijk een gevolg van z'n ondervoedde
periode. Altai
heeft in het paasweekeinde van 2002 voor het eerst met een hondenrugzak vier
dagen gelopen met voer voor 2 honden tijdens een paalkampeertocht ten zuiden van
Breda. Het was best zwaar voor hem met dat warme weer. Gelukkig kon hij
regelmatig wat verkoeling vinden in één van de vele meertjes. Hij heeft nu een
nieuwe hondenrugzak
www.ruffwear.com
waarmee we alweer een aantal meerdaagse tochten in de Ardennen hebben gemaakt
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|